De zandstenen daken van de Vogezen en de Haute-Saône

De zandstenen daken van de Vogezen en de Haute-Saône

In de tuin van ons Franse huis in de Haute-Saone niet ver van de zuidgrens van het departement Vogezen liggen ze opgestapeld: laves de grès. Deze zware, platte dakpannen van zandsteen zijn karakteristiek voor deze landelijke streek nabij het eeuwenoude kuuroord Plombières-les-Bains; ze rusten op de daken van vele oude huizen. Met de renovatie van ons dak in het vooruitzicht - nu nog grotendeels bedekt met authentieke laves - vraag ik me af of ik daarvoor de laves zal (her)gebruiken of zal kiezen voor een moderne, minder bewerkelijke dakpan, maar me dan wel medeplichtig maak aan de teloorgang van dit architectonische streekerfgoed.

Het moet een dilemma zijn voor menig bezitter van een authentiek Frans huis: breng ik mijn huis weer zo veel als mogelijk terug in de oorspronkelijke staat (een tijdrovende en meestal dure renovatie), of gebruik ik moderne materialen, zodat ik tijd en geld overhoud om ook nog van de streek te genieten tijdens de vakantie, en niet alle schaarse vrije uurtjes opgaan aan het klussen? De eerste optie levert ontegenzeggelijk het fraaiste resultaat op.

Nu is ons bescheiden arbeidershuis nog geen eeuw oud en niet echt ‘authentiek’ te noemen, maar de dakbedekking wél, en die is typerend voor de streek. De laves de grès komen slechts voor in een vijftigtal gemeentes verspreid over een gebied van zo’n veertig vierkante kilometer – grofweg tussen Épinal en kuuroord Luxeuil-les-Bains. Al ruim anderhalve eeuw beschermen ze de daken van oude huizen, boerderijen, houtzagerijen, watermolens, arbeidershuisjes en zogeheten chalots, kleine dependances van boerderijen. Ze geven de huizen langs de scheidslijn van de Oost-Franse departementen Vosges en Haute-Saône een tijdloze aanblik, alsof ze in de jaren zijn versteend en als rotsen opgegaan in het heuvelachtige land.

De lave lijkt nog het meest op een groot uitgevallen leisteen en is zo’n 45 centimeter lang en twintig centimeter breed. Anders dan de naam doet vermoeden, is het geen vulkanisch gesteente, maar zandsteen. Hij werd als bijproduct gewonnen in de carrières, de groeven waar zandsteen werd gedolven en tot blokken gehouwen voor de bouw. Het statige ‘Le Prestige Impérial’ in Plombières-les-Bains is bijvoorbeeld gebouwd met zandsteen uit de omgeving.

Steenhouwers

Om het dieper in de aarde verstopte veelkleurig zandsteen (grès bigarré) uit de grond te bikken, moesten de steenhouwers zich eerst door de aarde en een laag laves werken, die zo’n 240 miljoen jaar geleden werd gevormd in een natuurlijk proces, waarbij de bovenste lagen zandsteen splitsten in plakken van enkele tientallen millimeters. Om van de nood een deugd te maken werd gezocht naar een gebruiksmogelijkheid voor deze voorgevormde plakkaten: dakbedekking. Door de structuur krijgt regen of sneeuw geen kans in de steen te trekken, waardoor ook de vorst er nauwelijks greep op kan krijgen.

Uit een inventarisatie in 1856 van de gebouwen in Ruaux (vandaag de dag ingelijfd bij Plombières-les-Bains), blijkt dat alle daken bedekt waren met laves. In die tijd had elke gemeente meerdere steengroeven die laves van verschillende kwaliteit en kleuren opleverden. De kleurschakering - uiteenlopend van grijs, wit of geel tot wijnrood - verklapt volgens de lokale dakdekkers de kwaliteit van de steen, maar geologen hebben daar nooit bewijs voor gevonden en de ambachtslieden zelf twisten nog immer over welke kleur de sterkste is. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de lave calcaire uit Bourgogne of de lauze en schiste uit de Lozère, zijn de laves de grès nooit geëxporteerd naar andere streken in Frankrijk, waardoor dit erfgoed beperkt is gebleven tot een postzegel op de Franse landkaart.

Genageld

Terwijl er vroeger wel tien verschillende methodes waren om de laves te leggen – op een laag aarde op een stenen gewelf, in de mortel, op hout, gespijkerd of niet – is dat vandaag de dag beperkt tot de werkwijze die het minste onderhoud vergt: genageld aan het dakbeschot. Wat er maar op duidt dat behoud van cultureel erfgoed indertijd nauwelijks een rol speelde bij het bepalen van de bouwmethode - waarom zou men vandaag de dag dan wel voor de moeilijke weg kiezen?

Mits goed onderhouden, zouden de laves zo’n 150 tot 200 jaar meekunnen, maar veel originele laves-daken zijn in de loop der tijd vervallen door gebrek aan onderhoud, of vervangen met moderne dakpannen. Oude, meestal verlaten huizen en boerderijen, of in onbruik geraakte schuren, hebben nog rommelige laves-daken waarvan de pannen zijn gescheurd doordat het water dat het mos heeft vastgezogen bevriest tijdens de strenge winters. Maar het verval wordt vooral veroorzaakt doordat de verroeste nagels waarmee de laves aan het dakbeschot zijn getimmerd het hebben begeven, waardoor ze gaan schuiven en uiteindelijk stukvallen op de grond.

Het in ere herstellen van een laves-dak is ongeveer twee maal zo duur als het leggen van nieuwe dakpannen. Afhankelijk van de kwaliteit van de laves, vordert de dakdekker slechts één vierkante meter per uur. Bovendien is het zwaar werk: elke lave weegt zo’n vijf tot zeven kilo, waardoor er ook nog eens dikkere spanten nodig zijn dan bij de moderne varianten van dakbedekking. Per vierkante meter leggen de laves een gewicht van 400 kilo op het dakbeschot. Bijkomend probleem is dat laves steeds schaarser worden, want sinds de Tweede Wereldoorlog zijn alle lavières, de steengroeven, verlaten.

Om deze redenen en andere kiezen veel huiseigenaren voor een modern dak en eindigen de afgedankte, nog bruikbare laves in muurtjes of als tegels van terras of tuinpad, wat overigens geen onesthetisch resultaat oplevert. Tot slot kampt de lave ook nog met een hardnekkig imagoprobleem: terwijl een dak met laves steeds duurder wordt, zien de lokale inwoners de laves nog steeds als bouwmateriaal voor de armelui. Zo verdwijnen de daken met laves de grès langzaam maar zeker uit het landschap.

Dilemma

Na mijn dilemma voorgelegd te hebben aan een lokale aannemer, raadde hij het af mijn dak te renoveren met de laves. “Het is weliswaar goed mogelijk het zelf te doen, maar waarom zou je? Het huis heeft geen typische stijl en het werk duurt veel langer. Je wilt toch niet alleen maar aan het werk zijn in je vakantie?”

Zijn advies is tekenend voor een mentaliteit waarmee de oorspronkelijke daken rond Plombières-les-Bains nooit meer zullen terugkeren. Toch zijn er enkele lichtpuntjes. In de streek zijn kleinschalige initiatieven van de grond gekomen die streven naar eerherstel van de lave. Zo zijn er sinds 1998 subsidies te verkrijgen voor de renovatie van een laves-dak. Ook hebben samenwerkende gemeentes de handen ineengeslagen en een marktplaats opgericht voor de handel in tweedehands laves. En tijdens de renovatie van de kapel van Saint Brice in Saint Bresson was de werkplaats opengesteld voor belangstellenden die de geschiedenis en de techniek van het leggen van laves werd bijgebracht. Met dit soort initiatieven hoopt men de teloorgang van de lave te stoppen, net zoals de chaumières in de Brière zijn gered, en het gebruik van de lauze de schiste in de Savoie en de laves calcaires in de Bourgogne is teruggekeerd. Goeie initiatieven die mij ernaar doen neigen de laves in mijn tuin weer hun plaats op het dak terug te geven - vijf weken per jaar vakantie of niet.