Par hasard

Par hasard

Het leven hangt van toevalligheden aan elkaar.

In 1974 was ik toevallig in een huis van een collega in de Ardèche beland, waar je genoot van een werkelijk verbluffend uitzicht over de tussen de bergen meanderende Eyrieux. Er mankeerde nog van alles aan, maar je gaat ook niet zomaar aan een vreemd huis prutsen. Maar zo'n soort romantisch huis leek me wel wat, je kunt toch niet drie weken stilzitten?

Ik ben naar een makelaar gestapt, heb de vijf goedkoopste huizen gevraagd - je bent en blijft Hollander – en dan begint een leuke tijd: huizen kijken, want al zeggen foto's wel iets, ze vertekenen enerzijds en anderzijds moet je de huizen echt en in hun omgeving zien.

Toevallig, maar misschien ook niet, vielen wij (vrouw en ik) op het goedkoopste huis. Want geld hadden wij niet, dat moest van de bank komen. En het had een mooi uitzicht over een breed dal en het tien kilometer verderop gelegen plaatsje, waar de boodschappen moesten worden gedaan.

Een huis van zeker een eeuw oud zonder ramen, deuren, vloeren, dat aan alle kanten tochtte (en later vreselijk bleek te lekken) en muren waar het cement en leem uit de voegen tussen de bergstenen waren gespoeld.

En ja, dan ga je zitten en zuchten en voors en tegens afwegen. Het ligt wel mooi, het is wel heel goedkoop, maar er moet nog werkelijk alles aan gebeuren. Terwijl je maar vijf weken vakantie per jaar hebt. Het is bovendien ver weg, elf uur rijden en hoe gaat het in de toekomst? De eerste oliecrisis dreigde, de autoloze zondag kwam er aan.

We hadden al min of meer besloten het niet te kopen. Klaar. Een paar dagen later liepen we door de hoofdstraat van het dorp waar het huis op uitkijkt en een man doet de deur van een rijtjeshuis open; de eigenaar die we eerder hadden gesproken. Hij nodigde ons hartelijk uit, koffie drinken, praten en hij haalde ons over nog een keer te gaan kijken, en hij zou meegaan. En daar haalde hij bijna de helft van de vraagprijs af, en toen konden we absoluut niet meer nee zeggen. Het was te geef.

Als wij toén niet toevallig door die hoofdstraat hadden gelopen, of als die man toevallig niet thuis zou zijn geweest... zou ons toekomstige vakantieleven (en dat van onze kinderen) er heel anders hebben uitgezien, met veel minder hard werken...

Ik heb het huis in een vlaag van verstandsverbijstering gekocht, zeg ik wel eens. Wist ik veel waar ik aan begon? En tóch: geen dag spijt van gehad. Ik hoorde eens iemand zeggen: “Mijn motto is: leven is het meervoud van lef.” Daar zit wel iets in.

Ruim dertig jaar later kocht ik aanvankelijk een klein oud huisje, wel van vakwerk (colombages), in Normandië, maar ik kreeg geen CU (Certificat d'Urbanisme) en dat is onontbeerlijk om er te mogen wonen of verblijven, meldde de makelaar mij. Zo'n CU bestond in 1974 nog niet. Ik ben er later nog eens wezen kijken, het was mooi opgeknapt en er woonden Fransen in. Helemaal vertrouwen doe ik het niet, maar alla.

Weer zoeken en speuren en we (zoons en ik) vonden een groot huis met grote schuren in het boerenland van Zuid-Normandië. Daar zijn niet of nauwelijks Nederlanders te vinden, die rijden door naar de Dordogne, waar het klimaat ook aangenamer is. Normandië wordt naast vooral Fransen bevolkt door Engelsen, die tegenwoordig in groten getale via de tunnel onder Het Kanaal bij Calais komen rijden. Dat maakt het toch een aantrekkelijke streek: het ligt ook vlakbij Bretagne, het is nog betrekkelijk weinig toeristisch en het is er verademend rustig voor wie de hectiek van de Rivièra gewend is.

Weer was het aangeschafte huis een ruïne, min of meer. Er was van alles mis mee (maar ja, heel goedkoop) en na een stevige storm waren er een paar van die typische verrotte en verroeste golfplaten van het grote schuurdak(70 vierkante meter) gewaaid. Er zijn altijd rampen. Het regende wel erg hard in. Ik heb nog wat meer lekkende golfplaten verwijderd (een koevoet is heel handig) en wilde ze vervangen door van die moderne blauwe gegalvaniseerde platen die je overal ziet en die zeker vijftig jaar blijven liggen. Maar dat kun je onmogelijk alleen.

Ik reed toevallig na het boodschappen doen terug naar mijn minimaal dorpje - 300 inwoners, geheel zelfstandig met gemeenteraad, wethouders en burgemeester en met als centrum een kerk en begraafplaats (toch mooi voor later) - langs een pittoresk gehuchtje dat mij nog niet eerder was opgevallen, zette mijn auto aan de kant en liep rond het pleintje met een stuk of vijf huizen. En daar bekeek ik een dak met de golfplaten die ik wilde hebben. Komt een oude man nieuwsgierig naar buiten, ik vertel hem van mijn openliggend schuurdak en vraag waar ik een deskundige dakdekker (couvreur) kan vinden. O dat weet hij wel, twee huizen verderop, en hij haalt zijn buurman op. Een breedgeschouderde man, brede tors, dikke buik, een bos krullend haar, een mastodont. Zou zo'n man nog het dak op gaan, en zou het dak hem houden? Maar het was inderdaad een couvreur, hij wilde wel helpen (en zwart wat bijverdienen) maar het was twaalf uur, etenstijd.

's Middags vier uur kwam hij langs, bekeek het dak, we maakten een prijs, en volgende week zou hij komen.

Hij kwam – maar hij kon voorlopig niet werken. Hij was van een stapel hout gevallen en had bloeduitstortingen als pannenkoeken zo groot op zijn armen. Nee, hij was niet naar de dokter geweest, het viel wel mee, maar werken: nee. Niet getreurd, hij wist wel een collega die misschien tijd had. En die kwam, met als zijn belangrijkste gereedschap een fantastische zestien meter lange ladder, die je van de grond af gewoon schuin op het dak kan leggen tot over de nok. En zo hebben we samen de nieuwe golfplaten naar boven gelopen en bevestigd. En met hem heb ik nog wel meer klussen gedaan, al ging niet alles van een leien dakje. Maar dat is een ander verhaal.

Maar als ik niet toevallig een feeëriek gehuchtje had bekeken, als er geen nieuwsgierige man was verschenen, als ik niet voldoende Frans zou hebben kunnen spreken om mijn problemen met het dak uit te leggen, als er niet toevallig óók een gepensioneerde couvreur had gewoond, dan stond mijn schuur nu nog onder (regen)water. Het eerste wat je dus moet doen als je iets in Frankrijk wil beginnen, is de taal behoorlijk leren. En met veel mensen praten en je problemen vertellen – beide zijn onontbeerlijk.